Op welke manieren kunnen we de wilde bijen helpen? Interview Duitse Stichting voor Wilde Dieren

Je hebt hem misschien al ontdekt: onze YOGI TEA® Bee Happy. Een verfrissend bloemige kruidentheemelange waar iedereen happy van wordt – vooral de wilde bijen! Want alle wilde bloemen en kruiden die wij in deze thee verwerken, zijn belangrijke voedingsbronnen voor de bedreigde bijtjes.

Het idee voor het creëren van een bijvriendelijke thee was voor YOGI TEA® een hartenwens. Achtzaamheid tegenover de natuur, onze medemens en onszelf staan sinds jaar en dag centraal bij al ons handelen. En de inzet voor het behoud van de biodiversiteit maakt daar een belangrijk deel van uit. Daarom is YOGI TEA sinds 2020 partner van de Deutsche Wildtier Stiftung (Duitse Stichting voor Wilde Dieren), die zich inzet voor bedreigde wilde dieren, de bescherming van de lokale natuur en het behoud van leefgebieden. 

Maar hoe ziet een duurzame bescherming van wilde bijen er eigenlijk uit? Wat kunnen wij niet alleen als maatschappij, maar ook individueel bijdragen aan het behoud van de biodiversiteit? En hoe wordt een thee eigenlijk bijvriendelijk? Om deze vragen te beantwoorden, hebben wij Manuel Pützstück, projectcoördinator van de Deutsche Wildtier Stiftung, uitgenodigd voor een interview. 

 


1.    Hallo meneer Pützstück. Men hoort steeds vaker dat inheemse insecten zoals wilde bijen bedreigd zijn. Wat is daarvan de oorzaak?


De insectensterfte is momenteel inderdaad een veelbesproken onderwerp – en terecht! Meer dan de helft van de in Duitsland voorkomende wilde bijensoorten staan op de Rode Lijst van bedreigde dier- en plantsoorten. De belangrijkste oorzaak voor de bedreiging van de insecten is het ingrijpen door de mens in hun leefgebied. Door de intensivering van de landbouw, de toenemende bebouwing in de steden en de daarmee verbonden bodemafdekking gaan steeds meer structuren verloren die voor veel insecten van levensbelang zijn. Voor gespecialiseerde insecten, zoals de wilde bijen, is de situatie bijzonder bedreigend. Veel wilde bijen zijn gespecialiseerd op bepaalde voedingsplanten en nestelplaatsen. 75% van de inheemse soorten zijn bijvoorbeeld bodemnestelaars die hun nesten in de grond graven of bestaande holtes in de bodem gebruiken. De eisen aan deze grond kunnen zo specifiek zijn dat soms alleen in zand- of kleigrond wordt genesteld. 
Andere soorten nestelen in spleten in gesteente en muren of wonen in holle ruimtes of zelfgemaakte nestjes van klei. Ook de gangen die houtwormen in dood hout achterlaten, worden vaak door wilde bijen gebruikt. Nestelplaatsen voor andere wilde bijen vindt men in holle of met merg gevulde plantenstengels of zelfs in verlaten slakkenhuizen. De nestjes worden door hun bouwsters met lichaamseigen secreten, kleine bladuitsnedes, plantenharen, specie of hars bekleed en afgesloten.
Ook bij de keuze van hun voedingsplanten zijn veel wilde bijensoorten zeer kieskeurig. Wilde bijen zijn echte vegetariërs en eten uitsluitend suikerhoudende nectar en eiwitrijk stuifmeel. Naast soorten die stuifmeel van vele verschillende planten verzamelen, zijn er ook echte specialisten, die afhankelijk zijn van bepaalde plantensoorten en hun bloeiperiode. Het stuifmeel wordt als voeding voor het kroost gebruikt, terwijl de nectar in de eerste plaats van belang is als energiebron en “vliegbenzine” voor de volwassen dieren.
Alleen als een leefgebied over de juiste nestelplaatsen en -voorwaarden beschikt en daarnaast ook geschikte voedingsplanten biedt, kan het langdurig door wilde bijen worden bewoond. Het verlies van een divers landschap en het verdwijnen van de wilde bijen gaan daarom hand in hand.


2.    Waarom is het zo belangrijk dat we de wilde bijen beschermen?


De monetaire waarde van het door insecten uitgevoerde “bestuivingswerk” wordt alleen al in Europa op ongeveer 15 miljard euro per jaar geschat. Wilde bijen leveren een belangrijke bijdrage aan deze prestatie en horen daarom naast de honingbijen en andere insecten, bijvoorbeeld de zweefvliegen, tot de onmisbare bestuivers van cultuurgewassen en wilde planten. Alle inheemse wilde bijensoorten zijn intensieve bezoekers van bloesems. Daar verzamelen ze nectar en stuifmeel. Als bijzonder efficiënte bestuivers leveren wilde bijen vooral in de groente- en fruitteelt een wezenlijke bijdrage aan het behoud van onze voedingsbasis. Daarom zijn de wilde bijen een onmisbaar element van het inheemse ecosysteem. 
In Duitsland kennen we weliswaar maar liefst rond 580 inheemse wilde bijen, maar bijna de helft daarvan is inmiddels bedreigd – dat is verontrustend. Daarom is de bescherming van wilde bijen een belangrijk maatschappelijk onderwerp.

 

 

3.    Op welke manieren kunnen we de wilde bijen helpen?


Om zich te kunnen voortplanten hebben de veeleisende wilde bijen een zeer diverse structuur nodig, die uit een rijk aanbod aan bloeiende planten en de reeds genoemde nestelmogelijkheden moet bestaan. In de steden bieden tuinen en openbare parken, begraafplaatsen en braakliggende terreinen de wilde bijen veel kansen, voor zover ze een rijke structuur hebben en inheemse plantensoorten bevatten. Daarom vindt men vooral in de steden talrijke wilde bijensoorten, waaronder zelfs bedreigde soorten.
In de projecten van de Deutsche Wildtier Stiftung proberen wij vooral nieuwe leefgebieden te scheppen. Samen met onze partners – zoals YOGI TEA – proberen wij het aanbod aan bloeiende planten voor wilde bijen duidelijk en gedurende de gehele vegetatieperiode te verhogen. Ook het voorzien in natuurlijke nestelstructuren die aan de specifieke behoeften van wilde bijen voldoen, is een belangrijke stap om de voortplanting te ondersteunen. 
Daarnaast is het voorlichtingswerk een belangrijk element van de bescherming van wilde bijen.

 

4.    Wat maakt onze Bee Happy thee zo bijvriendelijk?

 

Het bijzondere aan YOGI TEA® Bee Happy is dat er bij deze theemelange op wordt gelet dat vooral ingrediënten worden gebruikt die een zeer populaire voedingsbron voor wilde bijen zijn. Omdat alle gebruikte planten pas na de bloeiperiode worden geoogst, biedt de productie van deze thee de wilde bijen zeer diverse bloeiende velden als voedingsbron. Door nesthulpmiddelen op geselecteerde teeltlocaties te voorzien, worden daarnaast bijvriendelijke levens- en nestelgebieden gecreëerd. 
Composieten, zoals kamille of duizendblad, spelen vooral in de zomer een zeer belangrijke rol voor wilde bijen. Tronkenbijen, pluimvoetbijen en zijdebijen zijn hier frequente bezoekers. Ook lipbloemen, zoals tijm, salie, rozemarijn, pepermunt, oregano of lavendel, vallen bij veel bijensoorten, ook vele voedingsspecialisten, in de smaak. Hier treft men vooral sachembijen, wolbijen, de zeldzame slurfbij en hommels aan. 

 


5.    In de zomer zie je veel bijen: waaraan kun je herkennen of het wilde bijen of honingbijen zijn? En waarom is het onderscheid eigenlijk belangrijk?

 

Het onderscheid is belangrijk, omdat honingbijen en wilde bijen door het feit dat landschappen steeds minder bloeiende planten bevatten met elkaar concurreren om stuifmeel en nectar. Als er een extreem tekort aan bloeiende planten is en er veel bijenkasten in de buurt staan, kan deze concurrentie ertoe leiden dat de wilde bijen niet voldoende stuifmeel kunnen verzamelen en daardoor hun voortplanting wordt belemmerd. Als gedomesticeerd dier is de honingbij niet bedreigd en als generalist veel minder kieskeurig bij de voedselverzameling dan de wilde bijen.
De meeste wilde bijensoorten zijn eenvoudig te herkennen aan hun pelsachtige beharing. De vrouwtjes hebben bovendien bij hun achterpootjes of onder de buik speciale haartjes waaraan ze stuifmeel transporteren. Als je goed kijkt, zijn vaak de gevulde stuifmeelkorfjes te zien. Ook de ongeveer 40 hommelsoorten in Duitsland horen tot de wilde bijen. Naast de pelsachtige wilde bijen zijn er ook een aantal soorten die niet behaard zijn. Daarvan zijn de meesten, vooral de koekoeksbijen, opvallend geel-zwart of rood-zwart gekleurd. Je kunt ze eenvoudig verwarren met verschillende wespensoorten. Ook de maskerbijen, zwarte en onopvallende soorten die vaak minder dan een centimeter lang zijn, ziet men vaak voor wespen aan. De kleinste Duitse bij, de steppebij, is slechts vier millimeter lang. Ze komt alleen nog op enkele zandige locaties in de Boven-Rijnse Laagvlakte voor. 

 

 

6.    Wat kan ik zelf, bijvoorbeeld door middel van de inrichting van mijn tuin of balkon, doen om de bijen te helpen?

 

Zelfs in de meeste grote steden zijn nog steeds veel van de meer gebruikelijke wilde bijensoorten te vinden. Daarom is het inderdaad zinvol om in de eigen tuin of het eigen balkon voor voedingsbronnen en nestelplaatsen te zorgen. 
Bij de keuze van de planten is het belangrijk om voor zoveel mogelijk verschillende inheemse wilde bloemen te kiezen. Op die manier zorg je ervoor dat zoveel mogelijk wilde bijensoorten een geschikte voedingsbron vinden. Ook is het belangrijk dat gedurende de gehele vegetatieperiode – dus ten minste van maart tot en met oktober – een aanbod aan bloeiende planten aanwezig moet zijn. 
Afhankelijk van het seizoen zijn de volgende planten goede voedingsbronnen in de eigen tuin:
In de lente: bloeiende struiken en bomen, zoals appelboom, meidoorn, wilg, sleedoorn, pruimenboom. Vroege bloeiers zoals herderstasje, dovenetel, krokus of blauwkussen.
In de vroege zomer: weidebloemen uit een bloemenmix, kruiden zoals dille of venkel, wikke en pronkerwt, muurpeper, slangenkruid en bolgewassen.
In de hoge zomer: heesters zoals oude kruidenplanten, asters, boerenwormkruid.
Bij vele gekweekte tuinplanten, zoals asters, dahlia's of goudsbloemen, moet men echter opletten. Hun bloemen zijn vaak “opgevuld”, waardoor hun honingklieren voor de bijen niet toegankelijk zijn. Of een plant “opgevuld” – en dus voor wilde bijen niet bruikbaar – is, kan men herkennen aan de Latijnse toevoeging “fl. pl.” (flore pleno, “met volle bloem”) aan de naam.
Uiteraard is het ook verstandig om bij de verzorging van de tuin af te zien van alle vormen van bestrijdingsmiddelen.
Een andere manier om de wilde bijen te ondersteunen zijn nesthulpmiddelen, bijvoorbeeld bijenhotels. Op die manier kan men de fascinerende leefwijze van deze kleine, zachtaardige diertjes ook in de tuin of op het balkon observeren. 


Hartelijk dank aan meneer Pützstück voor dit interessante interview.

Related articles